Selecteer een pagina

Op een bijeenkomst van het lente Akkoort heeft Ieke Kuijpers-Van Gaalen van DGMR toelichting gegeven op de verschillen die kunnen ontstaan bij het toepassen van verschillende (installatietechnische) maatregelen die optreden bij het maken van een EPC-berekening in de nieuwe software. Hieronder een korte samenvatting van de belangrijkste feiten.

Zeker is echter dat een berekening van de EPC in de NEN7120 andere uitkomsten oplevert dan binnen de oude EPC. Uit Kuijpers opsomming blijkt onder meer dat voor tussenwoningen het energieverbruik van het tapwater tien tot 25 procent lager is, verlichting lager is (18 procent), de warmteterugwinning vanuit ventilatielucht minder effect heeft dan in het verleden, PV-cellen 20 tot 30 procent meer opbrengst geven, zonnecollectoren ongeveer gelijk scoren en vooral het energieverbruik van hulpapparaten als pompen groter is dan voorheen.

Ook bij hoekwoningen treden geringe verschuivingen op. De opbrengst van zonneboilers is iets minder (van 0,07 naar 0,05 EPG-punten). “Dat komt deels doordat een oppervlakte van 0,5 vierkante meter naar beneden wordt afgerond”, licht Kuijpers toe. “Daarbij wordt een oppervlakte van 2,8 vierkante meter afgerond tot 2,5.” De score van gebalanceerde ventilatie daalt van 0,09 naar 0,05, dus daar zijn aanvullende maatregelen nodig, benadrukt Kuijpers. Ze wijst erop dat het weliswaar om cijfers achter de komma gaat, maar dat twintig keer 0,01 EPG-punt verschil wel de vereiste daling van EPC 0,8 naar 0,6 kan inhouden.

Grote tegenvaller voor vrijwel alle aanwezigen is de nauwelijks betere score van isolatiemaatregelen. “Er heerste tot nog toe een algemeen gevoel dat isolatie te weinig aantikt in de huidige EPC-methode, wel, het blijkt dat de effecten van isolatie in de EPG- methode vergelijkbaar zijn met de EPN-methode. Ook een betere beglazing in de ramen wordt vrijwel hetzelfde gewaardeerd in de EPG als in de EPN. Het blijft wel belangrijk te benadrukken dat isolatie de gehele levensduur van de woning zijn ding blijft doen. Wel is er sprake van een rebound-effect: hoe beter geïsoleerd, hoe meer mensen gaan ventileren en ramen openzetten. ”

Wat betreft de ventilatiesystemen moeten volgens de nieuwe NEN 8088 zoals eerder gemeld zeker 25 verschillende soorten worden onderscheiden. Ten opzichte van het oude handbediende rooster is er nu sprake van onder meer windgestuurde ventilatie, CO2-gestuurde ventilatie, zowel in de toevoer als in toevoer of afvoer. Het traditionele rooster scoort in de nieuwe norm 0,03 punt slechter ten opzichte van de referentie met zelfregelende roosters. De nieuwe systemen scoren beter, waarvan CO2-sturing per ruimte gemeten (C4c) liefst 0,07 punt beter scoort. De huidige gelijkwaardigheidsverklaringen claimen grotere besparingen, maar daar zit ook het effect van een verbeterde infiltratie in, concludeert Kuijpers. Deze verbeterde infiltratie is in de gepresenteerde berekeningen nog niet meegenomen. Balansventilatie wordt zoals eerder gezegd minder gewaardeerd dan in de EPN. Ten opzichte van balansventilatie met 100% bypass als referentie kan wtw met CO2 sturing en met zonering nog 0,09 punt daling extra opleveren.

Slimmere rekenmethoden voor energieverlies aan koudebruggen en leidinglengten laten geen noemenswaardig verschil zien tussen EPN en EPG. Hetzelfde geldt voor de individuele warmtepomp, de combiwarmtepomp en de bodem als bron. Compressiekoeling (‘airco’) in de zomer maakt de EPC-score iets slechter vanwege de extra benodigde hulpenergie.

Gebiedsgerichte voorzieningen als stadsverwarming, stadskoeling, PV- en windenergie in de wijk kunnen in de EPG methode apart gewaardeerd worden middels de EMG. Energiebedrijven kunnen met deze EMG-methode ieder op dezelfde manier het rendement van deze voorzieningen berekenen. Kuijpers: “Om vervolgens te voorkomen dat in wijken met bijvoorbeeld stadsverwarming of stadskoeling, energetisch matige woningen worden gebouwd, geldt een getrapte eis als voorwaarde. Er dient een dubbele toets op de EPC uitgevoerd te worden: de woning met het verbeterde EMG-rendement moet voldoen aan een EPC van 0.6, daarna moet nog gecontroleerd worden of deze woning ook bij het referentierendement van 100% aan een EPC van 0.8 voldoet.”

Kuijpers concludeert dat de toerekening van bouwkundige maatregelen als isolatie in de nieuwe EPG vergelijkbaar is met de EPC. “Ook douchewarmteterugwinning, zonneboilers worden ongeveer gelijk gewaardeerd. Installaties blijven belangrijk. PV wordt positiever gewaardeerd in de nieuwe norm. Verder telt de extra hulpenergie zwaarder mee dan voorheen. De meeste wijzigingen betreffen de ventilatie. De invloed van collectieve systemen is nog grotendeels onbekend.”

Samenvattende conclusies

  • De nieuwe EPG is technisch verbeterd maar daardoor nog complexer geworden, wat in veel gevallen een aparte deskundige vergt om de EPC voor een woning of gebouw uit te rekenen.
  • De nieuwe EPG staat twintig procent minder ver van de werkelijkheid af dan zijn voorganger. Macrocijfers over ventilatiegedrag en stookgedrag ontbreken nog door gebrek aan grootschalig onderzoek.
  • Voorlopige berekeningen met de nieuwe EPG laten zien dat zowel bouwkundige als installatietechnische technieken over het algemeen gelijk of minder gewaardeerd worden dan in de oude EPN. Het zal dus in 2012 meer maatregelen vergen om de scherpe eis van 0,6 voor woningen te halen.
  • Als de EPC in 2020 wordt verscherpt tot nul, wordt het halen ervan een mission impossible, zo lijkt het nu nog. Dit heeft consequenties voor de strategie van het Lente-akkoord dat immers in 2020 naar energieneutrale, dus EPC 0 – nieuwbouwwoningen streeft.
  • Naast energiebesparende maatregelen worden de energieopwekkende aspecten van een gebouw belangrijker.
  • De toerekening van bouwkundige maatregelen als isolatie is in de nieuwe EPG vergelijkbaar is met de oude EPN. Ook douchewarmteterugwinning en zonneboilers worden ongeveer gelijk gewaardeerd.
  • Installaties blijven belangrijk. PV wordt positiever gewaardeerd in de nieuwe norm. De extra hulpenergie, bv. voor (warmte) pompen of koelapparatuur telt zwaarder mee dan voorheen. De meeste wijzigingen betreffen de ventilatie.
  • De invloed van collectieve systemen is nog grotendeels onbekend.
  • Gezien de complexiteit van de EPG lijkt er behoefte aan een simpeler systeem dat onder meer potentiële besparing in euro’s, afschrijving, extra hypotheekopties van maatregelen toont. Woonconsumenten en gebruikers zijn daar meer gevoelig voor

Meer informatie is te vinden op de volgende plekken: