De afgelopen tijd hebben we veel informatie met je gedeeld over de verduurzaming van historische en monumentale woningen. Dat deden we aan de hand van de praktijkcase ‘Het Efteling huisje’. Samen met onze partners verduurzamen we het landhuisje. Heb je geen tijd gehad om alle informatie te lezen? Of wil je alle onderwerpen nog eens nalopen? In deze blog geven we een samenvatting van alle onderwerpen, kun je doorklikken naar de blogs met alle informatie en vind je lijstjes met handige diensten van PH Bouwadvies en PelserHartman. We willen alle partners bedanken voor hun hulp en het delen van hun kennis. Je vindt ze onderaan deze blog.

Het energievraagstuk bij historische woningen

Binnen het thema verduurzaming is het aanpakken van het energievraagstuk misschien wel de grootste uitdaging. Ga je aan de gang met het verduurzamen van een historische woning? Werk dan in vier stappen en in de goede volgorde:

  1. Begin met isoleren
  2. Maak het afgiftesysteem geschikt voor lage temperatuur (vloer- of wandverwarming)
  3. Kies een duurzame verwarmingsinstallatie 
  4. Denk tot slot na over zonnepanelen en het opslaan van energie

Bij ons voorbeeldproject pakken we alles in één keer aan. Dat is de beste methode

1. Isoleren

Zorg dat je woning zo min mogelijk afkoelt, daar ligt het grootste deel van de oplossing. Isoleren dus! Belangrijkste tip: doe dit als eerste stap. Bij een ongeïsoleerd jaren ‘30 huis met enkel glas heeft het geen zin een warmtepomp te installeren. Een goed geïsoleerd huis spaart het milieu en de portemonnee. Bovendien woon je comfortabeler en werkt isolatie ook geluidswerend.

“let met name op de gevaren van condensvorming”

Bij het isoleren van een historische woning komt best veel kijken. Maak een goed plan en let met name op de gevaren van condensvorming. Problemen ontstaan bijvoorbeeld bij houten balk-koppen in steens metselwerk en bij koudebruggen. Condensatieproblemen komen ook vaak voor bij constructies waar dunne plaatmaterialen zijn toegepast die niet dampdicht genoeg zijn. Damp kan dan makkelijk in de constructie komen. Laat bij twijfel een dauwpuntberekening maken. Werk dan met een goed aangebrachte dampremmende folie of klimaatfolie.

De mate van isolatie die voorgeschreven staat in het nieuwbouwhoofdstuk van de BBL is voldoende om je huis te verduurzamen. Bij monumenten of historische woningen is het soms niet mogelijk of niet wenselijk om te isoleren. Bekijk per situatie wat mogelijk is. Alles is meegenomen. De eerste centimeters isolatie doen het meeste. Naast isoleren is kierdichting ook heel belangrijk. Bij oude woningen vind je vaak flinke naden en kieren. Enkel glas of ‘gewoon’ dubbel glas wil je natuurlijk vervangen voor HR++ of triple glas. Niet alle kozijnen zijn daar geschikt voor. Dan zal je de kozijnen moeten aanpassen of vervangen.

2. Afgiftesysteem en ventilatie

vloerverwarming

Met een CV installatie op gas kun je radiatoren met gemak opstoken tot 80 graden. Hoe heter het zogenaamde afgiftesysteem, hoe makkelijker een ruimte warm wordt. Veel duurzame alternatieven voor een gasgestookte CV installatie zoals een warmtepomp leveren een systeemtemperatuur van maar 40 graden. Een traditioneel afgiftesysteem is te klein bemeten om een woning te verwarmen met zo’n lage temperatuur. De tweede stap is dan ook het aanpassen van het afgiftesysteem naar een systeem met een groter oppervlak. Denk daarbij bijvoorbeeld aan vloer- of wandverwarming. Een ander afgiftesysteem die je kunt toepassen is de lage temperatuur convector. Dit is een radiator met een aantal ventilatoren eronder.

“Een traditioneel afgiftesysteem is te klein bemeten”

Ventileren is noodzakelijk. Een ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer en warmteterugwinning is comfortabel en energiebesparend. Een systeem met natuurlijke toevoer vergt meer energie omdat koude buitenlucht moet worden opgewarmd. 

Met een transmissieberekening kun je bepalen wat de warmtevraag is van de woning, welke capaciteit de vloerverwarming moet hebben en welke warmtepomp je het beste kunt aanschaffen.

3. Verwarmingsinstallatie

Bij het kiezen van een duurzame warmtebron vallen biomassa en waterstof snel af. Ook verwarmen met een elektrische CV ketel of infraroodpanelen is meestal geen goede oplossing als hoofdverwarming. Dan blijft vervolgens een warmtepomp over. Je kunt de werking van een warmtepomp vergelijken met een omgekeerde koelkast. Een warmtepomp haalt warmte uit bodem, lucht of grondwater. Daarna verhoogt de installatie de temperatuur met behulp van elektriciteit en geeft de warmte binnen in huis af. Het hoge rendement zorgt voor een lage energierekening. Een warmtepomp is duurder qua aanschaf en installatie dan de traditionele gasgestookte CV ketel, maar dat verdien je terug.

Waarom biomassa, waterstof en elektrische CV’s geen goede keuzes zijn en wanneer het wel slim is om een infrarood-paneel te gebruiken lees je hier terug.

Lucht- en bodemwarmtepompen

Er zijn twee verschillende warmtepompen: luchtwarmtepompen en bodemwarmtepompen. Daarnaast bestaan er ook systemen die een warmtepomp combineren met een andere verwarmingsinstallatie (de hybride warmtepomp). Een luchtwarmtepomp heeft een buitenunit en wint warmte uit de buitenlucht. Daardoor is het systeem erg afhankelijk van de buitentemperatuur. Een bodemwarmtepomp bestaat ook uit twee delen: een binnenunit vergelijkbaar met de luchtwarmtepomp en in plaats van een buitenunit een bodembron. Een bodembron bestaat uit leidingen die in een lus de grond in gaan, gemiddeld zo’n 80 meter diep.

buitenunit

Wat is beter, een lucht- of bodemwarmtepomp? Hieronder de belangrijkste voor- en nadelen op een rij:

  • Een luchtwarmtepomp is goedkoper dan een bodemwarmtepomp. Het aanleggen van de bodembron maakt de bodemwarmtepomp duur.
  • Een bodemwarmtepomp heeft een hoger rendement. 
  • De buitenunit van een luchtwarmtepomp maakt geluid en moet een plek krijgen. Een bodemwarmtepomp maakt geen geluid.
  • Je mag niet overal boren om een bodembron aan te leggen. Een luchtwarmtepomp is bijna altijd mogelijk.
  • Voor het boren van een bron is een grote machine nodig. Houd er rekening mee dat je de tuin of bijvoorbeeld de bestrating moet herstellen.
  • Koelen in de zomer is met een bodemwarmtepomp bijna gratis.
  • Omdat een bodemwarmtepomp geen buitenunit heeft, zijn de onderhoudskosten lager.

“Het rendement van een bodemwarmtepomp is veel beter dan bij een luchtwarmtepomp”

Let bij het aanschaffen van een warmtepomp (lucht of bodem) op het rendement. Dit druk je uit in COP. Bij een luchtwarmtepomp wordt de COP bepaald bij een buitentemperatuur van 7°C. Het rendement daalt als de buitentemperatuur daalt. Daarom is het goed om naar de SCOP waarde te kijken. De “S” staat voor “seasonal”. Je kijkt dan over de hele stookperiode naar het gemiddelde rendement. Slechtere warmtepompen komen bovendrijven als je kijkt naar de SCOP waarde. Kies de warmtepomp niet te groot. Een kleine ondercapaciteit is wenselijk, zodat de compressor ononderbroken door kan snorren. Dan gaat de warmtepomp langer mee.

Bronboring voor bodemwarmtepomp

bronboring voor warmtepomp

In ons historisch landhuisje, hebben we gekozen voor een bodemwarmtepomp. Een bodemwarmtepomp maakt geen geluid en trilt niet. Het esthetische aspect was ook een belangrijke afweging; geen lelijke buitenunit. Het is een flinke investering, maar onder de streep is het dat waard.

“Een bodemwarmtepomp is een flinke investering, maar onder de streep is het dat waard”

Met een open of gesloten bodembron kun je aardwarmte gebruiken om je woning te verwarmen. Een bodembron sluit je aan op een warmtepomp. Je mag niet overal even diep boren. Soms mag je helemaal niet boren. Dan kan een horizontale bron een oplossing zijn mits hier voldoende ruimte voor is. Op www.wkotool.nl kan je controleren of je mag boren op jouw locatie. De capaciteit van een bron moet aansluiten bij de warmtevraag van een woning. Het vermogen is afhankelijk van de boordiepte, het aantal bronnen en de grondsamenstelling. Bepaal de bron liever wat ruimer om bevriezing van de bron te voorkomen. Schakel op tijd een bronboorder in vanwege de voorbereiding en de melding/ vergunning, maar ook vanwege de impact van de boorwerkzaamheden op de locatie.

4. Opwekken en opslaan van energie

De laatste stap in het aanpakken van het energievraagstuk is het opwekken en opslaan van energie. Dit is een complexe stap, omdat maatschappelijke uitdagingen hier sterke invloed op hebben. Zo moet je door een overvol energienet steeds vaker terugleverkosten betalen en staat de salderingsregeling onder druk. Je kunt daar slim mee omgaan door allereerst huishoudelijke routines aan te passen. Maak daarnaast een combinatie van zonnepanelen, warmtepomp en/of thuisbatterij en sluit eventueel een dynamisch energiecontract af.

“Ondanks de huidige ontwikkelingen zijn zonnepanelen nog steeds interessant”

Ondanks de huidige ontwikkelingen zijn zonnepanelen nog steeds interessant. Hou bij de oriëntatie van de panelen rekening met je persoonlijke situatie. Schaduw op een deel van de panelen beïnvloedt de opbrengst van de hele set als je de panelen in een string (in serie) schakelt. Kies in zo’n geval voor een parallel geschakelde installatie. Zonnepanelen op een steun op een plat dak ventileren het best, worden minder heet en hebben daardoor het beste rendement.

thuisbatterij

Met een thuisbatterij verhoog je de zelfconsumptie van je zonnepanelen en verlaag je de terugleverkosten. In combinatie met een dynamische contract, kun je met een thuisaccu handelen in stroom. Helaas heeft een thuisbatterij te weinig capaciteit om de winter te overbruggen. Kies het vermogen van de accu aan de hand van de hoogste vermogensvraag, bijvoorbeeld het laden van een elektrische auto. 5 à 10 kW is vaak voldoende.

Je kunt ook met zonnecollectoren, PVT panelen of een huiswindmolen zelf energie opwekken.

Meet- en tekenwerk bij renovatie

Heb je de vier stappen van verduurzaming uitgewerkt en heb je misschien ook plannen om je bestaande historische woning te verbouwen of uit te breiden? Dan heb je een goede basis nodig. Zonder goede meetgegevens kun je geen ontwerp en plan maken. Verschillende partijen hebben goede meetdata nodig bij renovatie of verduurzaming van bestaande woningen. In één keer alles inmeten is voor alle partijen slim. Onderaan de streep is het goedkoper en je voorkomt fouten.

“3D laserscanners maken een realistische en precieze opname van de werkelijkheid”

Een goede en snelle manier om meetgegevens te verzamelen, is inmeten met 3D-scanners. 3D laserscanners maken een realistische en precieze opname van de werkelijkheid. Ze ‘vangen’ zichtbare objecten in een wolk van miljoenen meetpunten: de pointcloud. Met de pointcloud kun je vervolgens 2D tekeningen en 3D (BIM) modellen maken.

Naast het ontwerp kun je de meetdata ook gebruiken om te bepalen wat er wettelijk kan en mag op je perceel en kan je de data gebruiken als nulmeting en bouwkundige vooropname.

Door bouwwerkzaamheden of bijvoorbeeld een verandering in de waterstand, kan er schade ontstaan aan je woning. Een pointcloud is ook geschikt voor “monitoring”. Monitoren is het in de gaten houden van bewegingen. En kan op verschillende manieren.

Metselwerk en gevelreiniging

De gevels van het landhuisje waren smerig en de verflaag liet op veel plaatsen los. We besloten om de gevels te reinigen, de oude verflaag te verwijderen en een nieuwe coating aan te brengen.

gevelreiniging

Om het beste plan te maken voor het reinigen en schilderen van metselwerk, moet je weten wat de ondergrond is, wat de oude verflagen zijn en hoe de muur is opgebouwd. Is de muur met kalkspecie of met cementspecie opgemetseld? Maak geen aannames op basis van de gebruikte (maatvaste) steen. Leg een stuk ‘vuil’ metselwerk bloot om de mortel goed te kunnen zien en voelen. Cementmortel kun je niet verpulveren tussen je vingers. Dat lukt soms wel met kalkmortel. Ook de vochthuishouding door de constructie is belangrijk. Meestal gaat de droging naar buiten en dan moet de coating dus damp-open zijn.

Het verwijderen van verflagen kan erg lastig zijn. Gevelreinigingsbedrijven zijn terughoudend in het geven van een prijsindicatie. Verzamel daarom informatie over het metselwerk, de gebruikte specie, de staat van de voegen en natuurlijk de aangebrachte verflagen. Laat vervolgens een reinigingsbedrijf alleen een test uitvoeren en betaal daarvoor. Met de uitkomst van de test kun je verschillende offertes opvragen.

Schilderen van historisch metselwerk

De gevels van het landhuisje bleken in goede staat te zijn. De bakstenen en voegen zijn relatief hard waardoor we een gunstige ondergrond hebben. Dat is niet bij elk historisch gebouw het geval. Na het reinigen hebben de gevels van ons project een nieuwe coating gekregen.

“Meestal gaat de droging naar buiten en dan moet de coating dus damp-open zijn”

Voordat je begint met het schilderen van historisch metselwerk, moet de ondergrond schoon en deugdelijk zijn. Voorkom dat je de structuur van de stenen verandert bij het reinigen. De droging van een metselwerk gevel gaat vaak naar buiten. Een damp-open verfsysteem is daarom meestal een goede keuze. Gebruik bijvoorbeeld silicaatverf (Keim) of kalkverf. Kunststofgebonden verflagen (acrylaten) sluiten de gevel vaak af. Hierdoor kunnen vochtproblemen of zelfs vochtschade optreden, zeker bij historisch metselwerk.

Diensten PH Bouwadvies en PelserHartman

Adviesdiensten PH Bouwadvies bij de verduurzaming van bestaande woningen:

Meet- en tekendiensten die PelserHartman kan bieden:

Partners en hun diensten

De volgende bedrijven hebben geholpen bij het verduurzamen van het landhuisje en hebben waardevolle kennis met ons gedeeld:

Tot slot

Hergebruik is altijd duurzamer dan nieuw. Met een bestaand gebouw sta je meteen ‘1-0’ voor. Maar vaak zijn mensen onnodig bang en kiezen dan maar voor nieuwbouw. PH Bouwadvies, PelserHartman en hun partners hebben in deze blogserie praktijkkennis gedeeld en inzicht gegeven, zodat jij de goede beslissingen kan nemen bij het verduurzamen van historische of monumentale gebouwen.

Succes met jouw verduurzamingsproject! Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op!