Per 1 januari 2029 wordt het verhuren van woningen met energielabel E, F of G verboden. Deze wijziging in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verplicht verhuurders om tijdig te verduurzamen naar minimaal energielabel D. Het doel is om woonlasten te verlagen en de CO₂-uitstoot drastisch terug te dringen. Dit brengt aanzienlijke bouwkundige uitdagingen met zich mee. Hoe voorkom je bijvoorbeeld vochtschade bij het isoleren van een woning? In deze blog lees je wat de nieuwe regels inhouden, welke subsidies beschikbaar zijn en hoe je veilig en verantwoord kunt verduurzamen.

Nieuwe regelgeving energielabel huurwoningen 2029: wat verandert er?

Vanaf 1 januari 2029 moeten huurwoningen minimaal energielabel D hebben. Woningen met een lager energielabel mogen dan niet meer worden verhuurd. Gemeenten kunnen hierop handhaven, bijvoorbeeld door het opleggen van een dwangsom. Het doel van deze maatregel is het bestrijden van energiearmoede en het behalen van de zogeheten ‘Paris Proof’-doelstellingen voor 2050. Het kabinet streeft ernaar deze regels per 1 juli 2026 op te nemen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Uitzonderingen gelden voor monumenten, vrijstaande woningen kleiner dan 50 m² en woningen die binnen twee jaar worden gesloopt. Ook recreatiewoningen (met een gebruik van minder dan vier maanden per jaar) vallen buiten de regeling. Daarnaast geldt een uitzondering voor gemengde Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Als verduurzaming aanpassingen aan gemeenschappelijke delen vereist en de VvE hier niet mee instemt, vervalt de verplichting voor de individuele verhuurder.

Feiten en cijfers: een grote opgave voor verhuurders

Nederland telt zo’n 8,3 miljoen woningen. Hiervan hebben 3,32 miljoen woningen nog geen geregistreerd energielabel. Van de gelabelde woningen heeft 14% een score slechter dan D. Hieronder vallen circa 400.000 huurwoningen die voor de deadline van 2029 aangepakt moeten worden. Geografisch gezien komen de slechtste energielabels naar rato het vaakst voor in Limburg, Zuid-Holland, Noord-Holland en Groningen. In de provincie Zeeland scoren de woningen gemiddeld juist het best.

Verdeling energielabels van woningen met een geldig energielabel (tot 2024)

Van energielabel G naar D: zo pak je het slim aan

Voor veel woningen is energielabel D met relatief overzichtelijke ingrepen haalbaar. Een effectieve eerste stap is het vervangen van enkel glas door HR++-beglazing. Er zijn dunne varianten beschikbaar die vaak in bestaande kozijnen passen. Combineer dit bij voorkeur met het plaatsen van ventilatieroosters, zodat ook de ventilatie wordt verbeterd. Daarnaast kan het vervangen van een oude cv-ketel door een HR107-ketel bijdragen aan een beter energielabel. Houd hierbij rekening met mogelijke aanpassingen, zoals een condensafvoer, het verleggen van leidingen en een aangepaste dakdoorvoer.

enkel glas
Een effectieve maatregel is het vervangen van enkel glas

Zonnepanelen kunnen het energielabel verder verbeteren. Let er wel op dat ze de warmtevraag niet verlagen en het wooncomfort niet direct verhogen.

Meer isoleren? Let op deze bouwkundige risico’s (koudebruggen)

Voor aanzienlijke energiebesparing is na-isolatie van de thermische schil vaak essentieel. Juist hier liggen echter de grootste risico’s op bouwkundige schade. Spouwmuren kunnen effectief worden geïsoleerd, bijvoorbeeld met XPS-korrels. Voorafgaand onderzoek is daarbij cruciaal. De spouw moet worden gecontroleerd op koudebruggen, zoals omgezette stenen bij kozijnen of ophopingen van valspecie (speciebaarden). Na isolatie kunnen deze leiden tot lokale vochtproblemen.

De risico’s zijn nog groter bij oudere panden met steensmuren zonder spouw. Isolatie aan de binnenzijde vergroot hier de kans op interne condensatie aanzienlijk. Een bekend probleem is het wegrotten van houten balkkoppen die in de buitenmuur zijn opgelegd. Een 3D-koudebrugsimulatie is daarom essentieel om vooraf te beoordelen of isoleren überhaupt veilig mogelijk is.

Bij houten begane grondvloeren boven een vochtige kruipruimte is volledige vervanging vaak verstandiger dan isoleren. Dit om aanhoudend vochttransport te voorkomen.

koudebrugsimulatie
Koudebrugsimulatie: koudebrug bij de vloerbalk aan de rechterzijde in een erker

Voor daken kan gebruik worden gemaakt van renovatieplaten aan de buitenzijde. Houd er rekening mee dat dit gevolgen kan hebben voor aansluitingen op andere constructiedelen. Isolatie aan de binnenzijde is risicovoller, zeker bij een dampdichte buitenlaag zoals bitumen. In dat geval is een perfect aangebrachte dampremmende folie cruciaal.

SVOH-subsidie: wat is er mogelijk?

Bekijk direct onze diensten:

  • Maatwerkadvies: Een adviestraject op maat waarin we precies in kaart brengen welke maatregelen het meeste rendement opleveren. Zo bereik je met minimale ingrepen het gewenste energielabel. Omdat hiervoor SVOH-subsidie beschikbaar is, is dit advies vaak nagenoeg kosteloos.
  • Simulatie koudebruggen: Met geavanceerde simulaties brengen we koudebruggen en risicoplekken in beeld. Zo kunnen we vooraf beoordelen of bijvoorbeeld binnenisolatie veilig toepasbaar is, zonder risico op condensatie of houtrot bij balkopleggingen.
  • Rc-berekeningen: We bepalen de isolatiewaarde (Rc) van constructies, zodat duidelijk wordt of deze voldoen aan de gestelde eisen en waar verbetering mogelijk is.
  • Transmissieberekeningen: Hiermee berekenen we het benodigde verwarmingsvermogen van de woning. Dit is essentieel bij de overstap van een cv-ketel naar bijvoorbeeld een warmtepomp.

Eerder gepubliceerde wet- en regelgeving blogs

wet en regelwijzigingen in de bouw

Op onze speciale tijdlijnpagina ‘wijzigingen in wet- en regelgeving bouw’ houden we wijzigingen handig bij in een digitale tijdlijn. Klik hier als je automatisch op de hoogte gehouden wil worden bij wijzigingen. Hierdoor kun je eenvoudig zien wanneer welke regel van kracht is. Met behulp van blogs lichten we de wijzigingen toe en geven we aan hoe je hiermee om kunt gaan.

Alle wijzigingen blogs: